Giving back…or not?

Hoe meer ik reis, hoe dankbaarder ik ben dat ik in Nederland woon. Weliswaar niet geboren, maar van baby af aan wel woon. De oplettende lezer weet dat ik ben geadopteerd uit Jakarta, Indonesië. Omdat ik toch een bepaalde band voel met het land, wil ik iets teruggeven als ik daar ben. Het idee dat ik toch een beetje bijdraag aan het welzijn van de mensen in het land. Ik heb geluk gehad, heel veel andere mensen niet. Het probleem bij ‘iets terug willen geven’ is echter dat het niet altijd duidelijk hoe je het beste iets terug kunt geven. Welk project? Welk tehuis? Een groot of klein weeshuis? Is het wel echt? Wat wordt er met mijn geld gedaan? Deze vragen gelden natuurlijk niet alleen voor weeshuizen in Indonesië, maar voor vele (vrijwilligers) projecten overal ter wereld. Je wilt namelijk een bijdrage leveren, iets teruggeven aan het land waar je rondreist. Je wilt niet dat je acties averechts werken.

De gevaren van vrijwilligerswerk in het buitenland
Veel zogenoemde vakantielanden zijn prachtige landen, maar als het gaat om democratie, mensenrechten en sociale zekerheid is het een ander verhaal. Of dit nu landen zijn in Azië, Afrika, Zuid-Amerika of Oost-Europa, er zijn veel landen waar we graag naar toe willen gaan voor vakantie, maar wonen en leven is een ander verhaal. Dit is ook een van de redenen waarom mensen soms een vakantie willen combineren met vrijwilligerswerk. Vooral jongeren doen zo werkervaring en levenservaring op, kunnen genieten van het land en de cultuur en ze helpen de mensen en de maatschappij in het desbetreffende land. Er zit echter een groot gevaar aan vrijwilligerswerk in dergelijke landen. Hoe dat komt is simpel, er is namelijk veel geld te verdienen aan de mensen die vrijwilligerswerk willen doen. Meer dan eens komen wanpraktijken aan het licht waarbij bijvoorbeeld weeshuizen worden opgericht met het doel om geld te verdienen. Ouders krijgen geld om hun kinderen als het ware (tijdelijk) af te staan. De vraag is ook hoe goed het is voor kinderen om elke paar maanden andere mensen te hebben die voor hen zorgen. Hoe vaak worden er wel niet ergens scholen of andere gebouwen gebouwd door jongeren die eigenlijk geen verstand hebben van de bouw? Hoe vaak staan er jongeren voor de klas die niet goed zijn opgeleid? Het leraarschap is immers een vak. In Nederland zetten we immers ook liever geen jonge, ongeschoolde mensen voor de klas. En hoe zit het met de dieren? Zijn de wilde dieren die je verzorgt in een reservaat of opvanghuis echt wees, of zijn ze er gewoon voor gefokt? Of wat dacht je van de vele olifantenparken waar ze claimen dat er goed voor ze gezorgd wordt, terwijl je ondertussen gewoon op de olifanten kunt rijden? Dit artikel uit Trouw laat zien wat er nog meer mis kan gaan bij voluntourism.

Hoewel de meeste mensen naar eer en geweten aan een vrijwilligersproject beginnen, blijft het belangrijk om zelf goed onderzoek te doen en je echt af te vragen in hoeverre je echt een bijdrage kunt leveren, zonder met de lokale bevolking te concurreren.
Er zijn een aantal organisaties en personen die vele tips kunnen geven over hoe je op een verantwoorde manier een bijdrage kunt leveren aan het land waar je op bezoek bent. Waar je echt iets terug kunt geven.
Zo heeft Diana Edelman van d travels ‘round jarenlang met olifanten gewerkt en zij weet precies waar je op een verantwoorde manier ook met olifanten kunt werken.
De World Travel Guide geeft in dit artikel een aantal tips en achtergrond informatie, evenals Shannon O’Donnell op de website van Nomadic Matt.
The Dodo heeft een leerzaam artikel over hoe je kunt onderzoeken of een dierenopvangcentrum nep is, of dat ze echt het beste met de dieren voor hebben.
Zelf ben ik de laatste keer naar een klein weeshuis in Jakarta geweest via The Daya Project, zij richten zich op individuele reizigers die iets willen teruggeven aan de gemeenschap.

Een kleine bijdrage…
Zelf probeer ik in de landen waar ik naartoe ga, een kleine bijdrage te leveren. Het gaat hierbij niet altijd om het bezoeken van weeshuizen of dierenasiels. Nee, ik probeer bijvoorbeeld zoveel mogelijk lokaal te eten. Kleinere restaurants of street food. Ik probeer activiteiten uit te kiezen waarbij ik de natuur zo min mogelijk tot last ben. Geen olifanten rijden of deelnemen aan activiteiten die de natuur schaden. Geen troep in zee gooien of in parken, bij het snorkelen geen koraal meenemen of schelpen met dieren erin meenemen uit zee. Het zijn maar kleine dingen, maar ik probeer niet te vergeten dat ik uiteindelijk maar een gast ben in het land. Ik mag weliswaar betalen en bepaalde service verwachten, maar ik ben ook maar een gast.

Toegegeven, het lukt niet altijd om 100% goed te doen. Vroeger heb ik weleens pythons om mijn nek gehad en vond het nog leuk ook. In Thailand heb ik een tour gedaan waarbij het rijden op een olifant een onderdeel was. Dit hoefde echter niet, dus ik heb het niet gedaan. Maar….het zat wel in het keuzemenu van de tour. De lunch was bij de familie van de tourleider. Daar hadden ze ook twee aapjes. We waren met drie meiden en alle drie durfden we niet goed te zeggen dat we niet echt met het aapje aan de ketting op de foto wilde. We wilde hen ook weer niet voor het hoofd stoten. De man wilde ons graag laten zien wat voor kunstjes hij wel niet kon. We gingen dus maar even op het bankje zitten en lieten het aapje op onze schouder lopen….. De volgende keer probeer ik maar een tour te doen waar helemaal geen dieren in voor komen.

In Spanje zijn mijn ouders en ik een keer naar een hondenasiel in Mijas geweest, naar hondenasiel Animal Care España. Hier zitten veelal honden die anders de dood hadden gevonden in een van de dodenstations in Spanje. Voor al deze honden wordt een thuis gezocht.
Toen ik voor de eerste keer in Indonesië was, zijn mijn vader en ik naar een school op Bali geweest, opgericht door de WINS Foundation. Een vriend van de familie heeft hier vrijwilligerswerk gedaan en attendeerde ons op deze school. Zie hier een kort verslagje in mijn dag tot dag beschrijving van mijn reis naar Bali en Jakarta. Wij waren daar op 21 september.

Indonesië – niet alleen maar mooi
Indonesië is een erg mooi land met over het algemeen vriendelijke en gastvrije mensen. Het heeft een prachtige natuur en vooral ook lekker eten. Het is een ongelooflijk groot land, bestaande uit 17.508 eilanden. Er is veel diversiteit, zowel in bevolking, taal als religie (hoewel de grote meerderheid zichzelf als Moslim beschouwt). Maar…het is niet alleen maar pracht en praal. Een groot deel (meer dan 15%) leeft onder de armoedegrens en er is nog steeds relatief veel corruptie. Er is veel milieuvervuiling en ontbossing. Homoseksualiteit is in veel gevallen nog steeds – op z’n zachts gezegd – taboe. Er zijn nog veel weeshuizen waar kinderen wonen, al dan niet tijdelijk. Sociale zekerheid is minimaal. Er is een reden waarom je soms oude mensen nog steeds ziet werken; geen werk is geen geld. En over dierenwelzijn zullen we het maar niet hebben.

De laatste keer in Indonesië ben ik naar weeshuis Lestari Sayang Anak geweest in Jakarta en naar een school voor kinderen met een beperking in Yogjakarta, SLB Muhammadiyah Gamping. Deze keer had ik een flinke donatie gekregen van mijn oud-collega’s, dus dat kwam mooi uit!

Lestari Sayang Anak
In Lestari Sayan Anak is opgericht door de Nederlandse Ingrid. Er wonen 10 kinderen. 8 kinderen zijn weeskinderen en 2 zijn geadopteerde kinderen van Ingrid en haar man. Het is een redelijk groot huis waar iedereen in woont. Eigenlijk is het een soort van heel groot gezin met ouders en 2 verzorgers in 1 huis. Precies zoals Ingrid het altijd wilde. Deze kinderen kwamen over het algemeen aan als baby en ze blijven bij haar totdat ze zelfstandig zijn. Dus of dat nu 18 of 24 is, zij heeft zich gecommitteerd voor een groot deel voor de zorg van hun leven. Ik heb veel bewondering voor Ingrid!
Veel weeshuizen hebben tientallen kinderen en vaak is er één verzorgen voor een grote groep met kinderen. Kinderen krijgen daardoor vaak niet de gewenste zorg en aandacht die ze nodig hebben. Door het kleinschalig te houden lukt dit wel.

Van te voren had ik contact opgenomen met Ingrid wat zij nodig had, zodat ik niet met spullen aan kwam die ze eigenlijk niet nodig hebben. Ze hadden vooral hemdjes en schoolspullen nodig. Een hele dag ben ik dus gaan shoppen in Jakarta. Wat was dat leuk om te doen voor de kindertjes!

De spulletjes!

De spulletjes!

20160429_175236 20160429_180141 20160429_180337 20160429_182628

Samen met Ingrid en de kinderen

Samen met Ingrid en de kinderen

Een van de slaapkamers van de kinderen

Een van de slaapkamers van de kinderen

20160429_180542

SLB Muhammadiyah Gamping
Via de beheerder van de homestay waar ik verbleef in Yogjakarta ben ik in contact gekomen met een school voor kinderen met een beperking, de SLB Muhammadiyah Gamping. Ook hier heb ik gevraagd wat zij nodig hadden. Ze maakte een lijstje van wat ze nodig hadden en de belangrijkste dingen heb ik gekocht. Uiteindelijk is gekozen voor veiligheid, duurzaamheid en onderwijs.

  • 2 pionnen voor aan de kant van de weg waar de school staat zodat kinderen veilig(er) kunnen oversteken.
  • Een flashdisk met een onderwijsprogramma over de Islam. Religie is nu eenmaal onderdeel van het curriculum.
  • 3 soorten tonnen/vuilnisbakken voor scheiden van afval. Indonesië staat niet bekend om haar goede afvalscheiding, maar de dergelijke tonnen/vuilnisbakken heb ik zeker in de dorpen met regelmaat gezien.

Verder is er nog wat speelgoed gekocht.

Het uitladen van alle spullen

Het uitladen van alle spullen

 

Een deel van de staf van de school

Een deel van de staf van de school

20160425_092130 20160425_122410 20160425_122354 20160425_114914 20160425_114843 20160425_092108

No comments yet.

Geef een reactie

Reis met mij mee!
Over de wereld en door het leven, naar bestemmingen ver weg en dichtbij.
We respect your privacy.

UA-66295536-1